Het RIVM heeft samen met TNO en milieu-adviesbureau CE een methode ontwikkeld om het effect van circulair inkopen op vermindering van broeikasgassen en grondstoffenbesparing te bepalen. Uit een eerste berekening blijkt dat circulair inkopen effect heeft.

Met de methode is berekend dat de Nederlandse overheden met circulair inkopen van wegen en kantoormeubilair in 2017 en 2018 bijna 300.000 ton grondstof heeft bespaard. Daardoor wordt ook 27.000 ton minder broeikasgas uitgestoten. Ook is berekend wat er potentieel met circulair inkopen kan worden bespaard. Als alle overheden alle berekende maatregelen voor deze twee productgroepen volledig zouden gebruiken, wordt er ieder jaar 654.000 ton minder broeikasgassen uitgestoten en bijna 12 Megaton materiaal bespaard.

Er is dus nog veel winst te halen. Het gaat om de maatregelen levensduurverlenging, toepassen van gerecyclede materiaal en refurbishen. Andere maatregelen waren niet in getallen uit te drukken. Bijvoorbeeld doordat onduidelijk bleef of de situatie met de maatregel echt verandert. Als een overheid een reparatiecontract afsluit, betekent dat in de praktijk ook meer reparaties, en zo ja hoeveel dan?

De methode is ontwikkeld in het kader van het programma Monitoring en Sturing Circulaire Economie Nederland. Dit programma wordt geleid door het Planbureau voor de Leefomgeving, en heeft als doel kennis te verzamelen en monitoringsinstrumenten te ontwikkelen die nodig zijn voor het realiseren en evalueren van een circulaire economie in Nederland. De MRA-partners kunnen hier hier hun voordeel bij doen bij het uitvoeren van de in de Roadmap Circulair Inkopen en Opdrachtgeverschap opgenomen ambities

Download rapport:  Effect meten van circulair inkopen : Definities, methode en test voor de nationale CE Rapportage