Het MRA-programma Circulaire Economie 2020-2026 levert de bouwstenen voor de transitie naar een 100% circulaire economie in 2050. De piketpaaltjes zijn goed geplaatst, vinden Lex Hendriksen en Yolanda Musson die beiden aan de wieg staan van het document. Toch zijn ze er niet gerust op dat de uitrol van de ambities naar wens zal verlopen.

Met het uitvoeren van het MRA-programma Circulaire Economie 2020-2026 wil de metropoolregio zich positioneren tot koploper op het gebied van circulaire inkoop. Daarnaast wordt fors ingezet op het vergroenen van materiaal- en grondstofstromen, met name plastic, textiel, luiers en biomassa. Ander speerpunt vormt de enorme bouwopgave van de MRA, met een accent op circulaire gebiedsontwikkeling.

Yolanda Musson MRA Programma manager Circulaire Economie: “Duurzaam bouwen is in sneltreinvaart iets vanzelfsprekends geworden”

Eén vuist maken
“Het programma is in de kern gebaseerd op de meerwaarde van de MRA-samenwerking om de circulaire economie aan te jagen”, geeft Yolanda Musson aan. “We hebben ons best gedaan om alleen dié punten te benoemen waar de meerwaarde van de samenwerking zich het snelst in circulaire winst vertaalt. Neem circulaire inkoop. Niet alle MRA-partners zijn zich ten volle bewust wat er op dit punt al in gang is gezet. Pluk daar direct de vruchten van is mijn advies.” Ministens zo belangrijk vindt Yolanda het effectief benutten van de gezamenlijke slagkracht. “Juist door samen één vuist te maken, kunnen we bepaalde materiaalstromen echt fundamenteel aanpakken.” Een ander aandachtspunt is zowel de kennisontwikkeling als de kennisdeling. “Daar plukken we met z’n allen direct de vruchten van. Door samen te werken hoeven de afzonderlijke organisaties bovendien niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden.”

Verankering stokt
Toch zijn beide opstellers niet gerust op een rimpelloze uitvoering van het programma. Daarvoor kent de implementatie als het erop aankomt te veel haperingen. “Goed vind ik de enorme bestuurlijke gedrevenheid om werk te maken van de circulaire economie”, aldus Lex Hendriksen. “Daar ligt het beslist niet aan. Alleen slagen we er vaak niet in om gemaakte afspraken ook echt uit te voeren. Op de één of andere manier loopt de implementatie telkens weer achter bij de bestuurlijke ambities.” Dit komt volgens hem vooral omdat een onderwerp als circulaire inkoop vraagt om een andere manier van denken binnen een organisatie. En over veel schijven verloopt, te beginnen bij een ambtelijk opdrachtgever, vervolgens een budgethouder, een projectleider, een inkoopadviseur en een contractmanager. “Al die functies hebben een rol binnen het inkoopproces. Van ieder van hen vraagt het om anders denken én handelen. Aan de duurzaamheid ambtenaar ligt het niet, die wil wel. Maar hij of zij krijgt vaak onvoldoende tijd en ruimte om juist de collega’s die het moeten gaan doen te bereiken. Bovendien horen daar aangepaste verantwoordelijkheden en competenties bij. Hoe zorg je ervoor dat zaken zoals circulaire inkoop van hoog tot laag in je organisatie verankerd worden? Dát is de vraag die beantwoord moet worden. Daar gaan we nu ook een onderzoek naar doen. De uitkomsten hiervan verwacht ik eind dit jaar.”

Tandje erbij
Lex roept op hier serieus aandacht aan te schenken. “Nu hoor ik te vaak dat iets niet van grond komt  door een tekort aan capaciteit. Dat zal ongetwijfeld een deel van de waarheid zijn, maar er is meer aan de hand.” Hij wijst erop dat regionaal werken serieuze inspanning vereist. “Het moet zo zijn dat de MRA-inzet ertoe leidt dat het stapeltje aan lokaal werk ook echt lager wordt en zich vermengen met de regionale stapeltjes. En dat zien we nog niet gebeuren. Er is een stapel MRA en een stapel lokaal en die liggen naast elkaar. Gemeenten worstelen daarmee en dat is begrijpelijk. Maar wil circulariteit van de grond komen, dan is echt extra inspanning nodig.”

Meters maken
“Duurzaamheid is uiteraard een overkoepelend thema is”, merkt Yolanda op. “Iedereen vindt er wel wat van, maar het gaat erom dat we meters maken. Dit betekent ervoor zorgen dat in dit geval het aanjagen van circulaire economie integraal wordt opgepakt in de verschillende domeinen.” Een fiat van een wethouder duurzaamheid is daarvoor niet genoeg. “Die kan zeggen ‘ik omarm de MRA-afspraken’, maar zonder collegebrede acceptatie zal er weinig van de grond komen. Voor veel afspraken zijn namelijk zijn collega-portefeuillehouders aan zet.”  Op zich faciliteert de MRA de uitvoering op allerlei fronten. “Neem alleen al de handreikingen die er inmiddels op circulair gebied zijn. Maar vervolgens moet er binnen een organisatie van alles gebeuren om het echt te vertalen naar de eigen uitvoeringspraktijk. En daar stokt het vaak. Verankering van de ambities vraagt bijvoorbeeld om nadenken over andere financieringsmodellen en anders omgaan met juridische regels. Daar moet je niet te licht over denken, want dat gaat allemaal niet vanzelf. Organisatiebrede sturing is onontbeerlijk.”

Net als Lex hoopt Yolanda dat het nu in gang gezette onderzoek zorgt voor een ommekeer. “Rode draad vormen de belemmeringen die te identificeren zijn bij het vertalen van bestuurlijke ambities naar de  uitvoeringspraktijk. Hiervoor vinden onder meer diepte-interviews op bestuurlijk en ambtelijk niveau plaats, met aandacht voor oplossingsrichtingen. Het onderzoek moet uitmonden in een aantal concrete aanbevelingen, waaronder quick wins.”

Lex Hendriksen, strategisch adviseur Programma Circulaire Economie: “De implementatie loopt achter bij de bestuurlijke ambities”

Half vol
Vooral de bestuurders na de komende gemeenteraadsverkiezingen kunnen hun voordeel doen met de onderzoeksbevindingen. “We willen de nieuwe lichting bestuurders vanaf hun start aanbevelingen meegeven waar winst valt te behalen”, benadrukt Lex. “Niet in negatieve zin overigens, want we zullen hen ook duidelijk maken dat we de afgelopen tijd flinke vorderingen hebben gemaakt. Vergeet niet dat pas vanaf 2018 circulariteit inhoudelijk op de kaart is gezet binnen de MRA. Wat we willen, de afbakening, wat je beter lokaal en regionaal kunt doen, noem maar op. De inhoud is inmiddels dus behoorlijk op orde en juist daarom komt nu aan op de uitvoering. Het glas is echt al halfvol, maar we willen meer.”

Bal rolt
Een recent aansprekend succes wil Yolanda in dit verband niet onvermeld laten. “De verrassing van afgelopen jaar vind ik dat duurzaam bouwen in sneltreinvaart bij veel collega’s in de MRA iets vanzelfsprekends is geworden. Dat had ik niet zien aankomen. En alles wijst erop dat dit de komende tijd alleen nog maar sterker gaat worden. Andere recente winstpunten zijn de Green Deals. Met name in die voor circulair textiel zit veel beweging, niet in de laatste plaats door de samenwerking van Amsterdam Economic Board en met marktpartijen. Hetzelfde geldt voor de Green Deal Houtbouw. Dat helpt enorm om innovaties te stimuleren. Daar komt bij dat onze inspanningen op dit gebied een geweldig leertraject zijn. Het aanjagen van circulaire economie raakt echt alle domeinen binnen een organisatie. We zijn er nog lang niet, maar de circulaire bal rolt wel.”