Vijf jaar geleden startte de Amsterdam Economic Board in de Metropoolregio Amsterdam met een ambitieus programma Circulaire Economie. Wat is er tot nu toe bereikt? En wat zijn de geleerde lessen? Jacqueline Cramer, transitiemakelaar circulaire economie en lid van de Amsterdam Economic Board, spreekt in een bijdrage aan Tijdschrift Milieu over het belang van een flexibele & doelgerichte aanpak die inspeelt op kansen en sterke coalities bouwen.

De circulaire economie gaat ervan uit dat je producten en materialen zo hoogwaardig mogelijk in de kringloop houdt, met waarborging van de veerkracht van natuurlijke ecosystemen. Het opbouwen van zo’n circulaire economie vergt een transitieaanpak. Dit betekent dat alle relevante personen en organisaties betrokken moeten worden en op verschillende schaalniveaus tegelijk: wijk, stad, regio, nationaal en EU/ internationaal. Van belang is om een perspectief voor de lange termijn te verbinden met een aanpak op korte termijn, met ruimte voor experimenteren en leren. Om het transitieproces te regisseren heb je trekkers nodig (‘transitiemakelaars’) die tussen de partijen staan. Hun werk is om coalities van welwillende partijen te bouwen die samen circulaire initiatieven realiseren. Dit vergt een flexibele maar doelgerichte aanpak die inspeelt op kansen. Het is geen vooraf uit te stippelen pad, maar een constant zoekproces om tot zo vernieuwend mogelijke resultaten te komen.

Vier fasen
Het circulaire economie programma van de Amsterdam Economic Board, kortweg Board, bestaat uit vier fasen:
– Fase 1: het opstellen van het programma;
– Fase 2: het bouwen en tot stand brengen van circulaire initiatieven;
– Fase 3: het opschalen van de in fase 2 ontwikkelde initiatieven tot regionaal niveau;
– Fase 4: circulaire economie op landelijk niveau tot het nieuwe normaal maken (‘mainstreamen’).

Van 2015 tot 2018 was het programma gericht op fasen 1 en 2. In 2019 startte fase 3 voor die initiatieven die hebben geleid tot nieuwe circulaire bedrijvigheid. Fase 4 is nog niet in zicht.

Programma
Gestart is met het formuleren van de hoofdlijnen van een regionaal programma Circulaire Economie. Deze waren gebaseerd op een eerste ronde gesprekken met vertegenwoordigers van lokale overheden, bedrijven en kennisinstellingen. Bovendien moest het programma complementair zijn aan dat van de lokale overheden. De notitie op hoofdlijnen is besproken en goedgekeurd door de Amsterdam Economic Board en de 32 gemeenten en de provincies Noord-Holland en Flevoland, verenigd in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Vervolgens formuleerde de Board een uitgewerkt programma dat weer is voorgelegd aan beide gremia. Hierin werden ook rollen en verantwoordelijkheden tussen de Board en MRA vastgesteld en werd mandaat gegeven aan de Board voor het regisseren van het programma.

In totaal vergde fase 1 een jaar. Dat lijkt wellicht lang, maar heeft wel de vertrouwensbasis gelegd voor een goede samenwerking. Het programma beschrijft de doelstellingen tot 2025: 20% reductie van de import van grondstoffen (om meer zelfvoorzienend te worden); herontwerp van 20 product-/materiaal ketens; hoogwaardige recycling van tenminste 40 grondstofstromen; 2000 nieuwe banen, 150 nieuwe (startup) bedrijven en 35% verlaging van de milieudruk.

Speerpunten
De aanpak voor de eerste vier jaar richtte zich op twee speerpunten:
1. Circulair inkopen (vanwege de sturende invloed die dit kan hebben op het creëren van een markt voor circulaire producten en diensten);
2. Hergebruik van negen grondstofstromen die in grote volumes door de regionale economie gaan, maar nog onvoldoende hoogwaardig worden hergebruikt en gerecycled.

Lees verder in Tijdschrift Milieu >>