Gezamenlijke stip op horizon inspireert

Het collegeprogramma van Haarlem heet Duurzaam Doen en de titel maakt direct de dadendrang duidelijk. “Het vormgeven aan duurzaamheid staat hoog op onze agenda”, vertelt wethouder Robbert  Berkhout. Bij deze uitdaging optrekken in MRA-verband biedt volgens hem zonder meer meerwaarde. “Neem circulaire inkoop. Als gemeente staan we nog aan het begin, terwijl in MRA-verband al een routekaart is opgesteld. Dit betekent dat we direct echte stappen kunnen maken.”

Robbert  Berkhout is blij met de samenwerking in MRA-verband. Met name op energiegebied komt de betekenis hiervan steeds nadrukkelijker naar buiten. “Sowieso is binnen de hele energietransitie het leren van elkaar al winst. Daar komt bij dat iets als het stimuleren van elektrisch rijden eigenlijk alleen op grotere schaal effectief is. Bovendien levert de uitrol van laadpalen en laadinfrastructuur kostenvoordeel op.”

Emissieloze stadsdistributie
De uitrol van de Greendeal Zero Emissie Stadslogistiek, waar Berkhout zelf trekker van is, heeft eveneens baat bij de samenwerking.

Wethouder Robbert Berkhout: “Duurzaam inkopen krijgt dankzij de MRA-samenwerking een flinke versnelling”

“We willen toe naar emissieloze stadsdistributie in 2025.De aanpak is gebaat bij een regionale insteek, want voor een vervoerder maakt het niet uit of hij in Haarlem of Almere moet zijn. Vervoer houdt immers niet op bij de gemeentegrenzen. Bovendien gaan logistieke bedrijven vaak in één rit meerdere steden langs. Daarom zie ik echt meerwaarde in eenduidige afspraken op dit vlak. Dat is van belang voor zowel de grotere als de kleinere MRA-gemeenten. Bij de laatste ligt het accent wellicht meer op de distributiecentra, maar dit betekent vooral dat er sprake is van interactie.”

Duurzaamheid Top
De concreetheid op het schaalniveau van de MRA ziet de wethouder nog wel als een uitdaging. In dit verband is hij blij dat tijdens de recente  Duurzaamheid Top in Almere  de saamhorigheid een impuls heeft gekregen. “Dat vond ik persoonlijk zelfs het mooiste resultaat. Neem het feit dat tijdens de top bleek dat een aantal kleinere gemeente de financiering niet rond krijgen of worstelen met gebrek aan capaciteit. Ik vind het stimulerend dat nu is afgesproken dat zij kunnen meeliften op de ambitie van de grotere steden.”

Medio juni 2020 volgt de tweede editie van de Duurzaamheid Top. “Voor mij persoonlijk is dit hét moment om het thema stadslogistiek te agenderen. Tegelijkertijd beproef ik behoefte om dan vooral te laten zien hoe het staat met de uitwerking van de afspraken die tijdens de recente top zijn gemaakt. Daar voel ik ook wel voor. Dit betekent dat we dan vooral in beeld brengen waar we staan met de Green Deals en andere afspraken.”

Circulaire ontmoetingsplek
In zijn eigen gemeente steekt Berkhout veel energie in het aanjagen van de circulaire economie. “Zo bieden we in het hart van ons bedrijventerrein in de Waarderpolder aan voorlopers op dit gebied een podium. We noemen dat het C-District. Hier ondersteunen we bedrijven, vaak start-ups, die een pioniersfunctie vervullen op het gebied van het anders omgaan met grondstoffen. Hiervoor is ook een kwartiermaker aangesteld. Inmiddels is ons C-district uitgegroeid tot een ontmoetingsplek voor andere bedrijven in de Waarderpolder. Het is bij uitstek dé plek om kennis uit te wisselen.”

Ook hier profiteert zijn gemeente overigens van de MRA-samenwerking. “Wat bijvoorbeeld heel erg helpt, is De Roadmap Circulair Inkopen. Duurzaam inkopen krijgt daarmee een flinke versnelling. Alle gemeenten en provincies binnen de MRA kopen jaarlijks voor ongeveer 4 miljard in. Dat bedrag heeft natuurlijk een sturend effect op de ontwikkeling van circulaire economie. Wat dat voor concreet effect heeft, zie je weer terug in ons C-District.”

Die wisselwerking over en weer ervaart hij als stimulerend. Zo is sinds kort een circulair bouwlab in het C-district gevestigd. “Eén van de doelen is uitproberen hoe circulaire woningbouwopgave vorm kan krijgen, een opgave die MRA-breed speelt. Het is mooi om die kennis uit te wisselen.”

‘Ons C-district is uitgegroeid tot een ontmoetingsplek
voor het uitwisselen van circulaire kennis’

Energietransitie
Veel van zijn tijd en aandacht gaat uit naar het vormgeven van de energietransitie. “Onze visie hiervoor is vrijwel gereed.” Een persoonlijke drive van Berkhout is om hier samen met initiatieven uit de wijken vorm aan te geven. “Binnenkort willen we de eerste wijken aanwijzen die de komende tien jaar van het aardgas afgaan. Dat is een gigantische opgave en moet je echt samen met de bewoners doen.” Van betekenis in dit verband is het opstellen van de Regionale Energie Strategieën, met aandacht voor onder meer de uitrol van zonne- en windenergie. “Dan gaat het om de vraag hoe we binnen onze regio, Noord-Holland Zuid, hier invulling aan geven. Dat vraagt niet alleen om afstemming met collega-gemeenten,  maar ook om een enorm traject met bewoners. Stip op de horizon is hoe we als regio onze bijdrage kunnen leveren aan de energievoorziening van de toekomst. Dat is een opgave die mij persoonlijk heel erg bezighoudt.”

Meer leren van elkaar
Het mag duidelijk zijn dat Berkhout bij het vormgeven van de duurzame toekomst de MRA-samenwerking koestert. Wel is daar volgens hem meer uit te halen. “We zien elkaar heel veel en de ambities zijn hoog, maar het delen van kennis mag van mij meer aandacht krijgen. Dat klinkt wellicht simpel, maar we staan allemaal voor dezelfde uitdaging. Dit betekent dat we veel van elkaar kunnen leren en dat gebeurt nog te weinig.”