De recente bijeenkomst van het Netwerk Circulair ging over hoe overheid en bedrijfsleven dezelfde taal kunnen spreken over circulaire impact. Na de aftrap van Thomas Hermans van Port of Amsterdam ging Erlend Deckers van TNO van start met hoe je impact meet. Want wat betekent een meer circulaire economie voor Amsterdam en hoe meten we dat? De richtlijnen en mijlpalen zijn duidelijk, maar wat is 50% gebruik, wat is 100% circulair en waarom is het relevant?

Hoe meet je voortgang van transitie naar circulaire economie? TNO doet dat o.a. door een materiaalmonitor te gebruiken.Energietransitie heeft een duidelijke taal, circulaire economie nog niet, dus de vraag is hoe je niet alleen tot een gezamenlijke taal komt, maar ook tot gemeenschappelijke ambities en realistische doelen. De bedrijven in de zaal werken met verschillende protocollen (EPE, CE, LCA, MKI en SDG’s) maar merken op dat de maatschappelijke waarde die ze creëren onvoldoende zichtbaar is en daardoor niet altijd verzilverd kan worden.

Gemeente Amsterdam
Daarna lichtte Mersiha Tepi toe hoe gemeente Amsterdam circulaire stromen meet. Een trendbreuk is noodzakelijk om het huidige materiaalverbruik naar het reductiedoel te bewegen. Amsterdam gebruikt een kwart van de materiaalstroom zelf. Driekwart van het materiaal verbruik gaat om fossiele brandstoffen, bouwmaterialen en voedsel- en landbouwproducten. De grootste stromen hebben niet per se de grootste impact. Amsterdam hanteert de volgende fomule: impact * gewicht = milieukosten. Mersiha concludeerde dat er een radicale omslag nodig is door bedrijven en bewoners waarbij de gemeente kan helpen.

Provincie Noord-Holland
Suzanne van Noort ging samen met Bouwe van den Oever in op de vraag hoe Provincie Noord-Holland haar circulaire industriebeleid en specifieke subsidieregelingen ontwikkelt. Transitie naar een circulaire economie is eigenlijk zoals een wielerwedstrijd. Je hebt koplopers en een peloton.Die laatste wil de Provincie in beweging krijgen. Na uitleg over het beleid van PNH werd er ingezoomd op de vele programma’s om innovaties te stimuleren. Om ondernemers te helpen. PIM, CIRCO (ciculair ontwerpen), Preneurz (matchmaking), GO!-NH, MIT, Innovatiefonds NH, Participatiefonds Duurzame Economie NH, ROM InWest.

De Strategie Actieagenda 2021-2025 geeft vooral aan dat het anders moet. Het moet sneller anders en het moet structureel anders en dat betekent het maken van inhoudelijke keuzes: Verschuiving belasting van arbeid naar grondstof, verplicht stellen norm gebruik % recyclaat en het aanscherpen van wet- en regelgeving circulaire bouw. PNH stelde ook de vraag over drie samenhangende acties in 2022: de circulaire ambassadeur, de ketenaanjagers en de subsidieregeling die ze met inspraak van bedrijven wil opzetten.

Taal
Aan het einde van de bijeenkomst ging het gesprek over de vraag hoe het bedrijfsleven en de overheden beter elkaars taal kunnenspreken. En hoe je zorgt dat beleid (subsidies en inkoop) beter aansluiten op de taal van de circulaire industrie? En welke elementen moeten daarin zitten?  Vanuit de zaal werden verschillende ideeën aangedragen vanuit de werkvelden van de aanwezigen. Van een één-loket systeem voor subsidies, subsidies gericht op het grotere MKB, de inzet van true pricing in aanbestedingsprocedures tot het aanstellen van circulaire business case bouwers die de taal van de bedrijven spreekt. Het gesprek ging tijdens de borrel daarna weer door.

Bron: oram.nl