Een nieuwe uitvoeringsagenda, binnenkort op de agenda van de MRA-bestuurders, geeft aan wat er dit jaar staat te gebeuren op het gebied van de circulaire economie. “We gaan voortvarend door op de ingeslagen weg”, vertelt programmanager Edwin Oskam. Hoopvol in dit verband is dat duurzaamheid in brede zin steeds meer doordringt in alle MRA-gelederen. “Een goede ontwikkeling, want voor ieder aandachtsveld is er werk aan de winkel.”

Afgelopen jaar is afscheid genomen van het portefeuillehoudersoverleg Duurzaamheid. “We moeten geen duurzame dingen doen, we moeten dingen duurzaam doen”, legt Edwin Oskam uit. Overigens is dit geen oneliner die uit zijn koker komt, maar uit die van voormalig wethouder Jan Hoek van Almere. “Hiermee gaf hij haarfijn aan dat alle bestuurders verantwoordelijkheid hiervoor moeten voelen, dus niet alleen degenen met het onderwerp in de portefeuille.”

Nieuwe normaal
Nu duurzaamheid geen aparte pijler meer is, vindt de besluitvorming plaats door de bestuurders van de MRA-platforms Ruimte, Mobiliteit en Economie. Terugkijkend, is Edwin tevreden hoe deze interne transitie in 2023 handen en voeten heeft gekregen. “Het is behoorlijk gelukt om de aandachtpunten op het gebied van de circulaire economie te laten landen in de platforms. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de nieuwe MRA Agenda die inmiddels in concept gereed is. In de 80% versie heeft duurzaamheid in brede zin een prominente plek gekregen. Ook in de platforms is het onderwerp, mede dankzij het transitieteam dat dit proces in de overgangsfase begeleidt, inmiddels behoorlijk geland.”

‘MRA Agenda positioneert duurzaamheid
als het nieuwe normaal’

 

Hij wijst er in dit verband op dat vier jaar terug het uitgangspunt was om van de MRA één van de vijf de meest succesvolle regio’s ter wereld te maken. “Nu is vastgelegd dat economische groei geen doel op zich is en dat de MRA inzet op het realiseren van brede welvaart. Duurzaamheid staat nu breed op de MRA-agenda en wordt hierin gepositioneerd als het nieuwe normaal binnen de metropoolregio.”

Uitvoeringsagenda
De volgende uitdaging is de ambities te vertalen in concrete stappen. Daarbij wordt voortgeborduurd op de acties die inmiddels in gang zijn gezet, zo blijkt uit het concept van de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2024. Speerpunten liggen op her gebied van inkoop, grondstofstromen gebiedsontwikkeling. “Op deze onderwerpen zijn drie circulaire regisseurs actief in een stimulerende en ondersteunende rol.”

Circulaire inkoop
Als belangrijke mijlpaal noemt Edwin dat afgelopen jaar de 10%-doelstelling de Intentieverklaring Circulair Inkopen is behaald. “Daarmee liggen we op koers. Tegelijkertijd blijft het een uitdaging om alle gemeenten hierin mee te nemen.” Dit vergt inderdaad de nodige aandacht, want medio 2030 moet de inkoop van de MRA-overheden volledig circulair zijn. “Gemeenten die moeite hebben om dit voor elkaar te krijgen, gaan we helpen. ‘De taxi staat voor u klaar, maar u moet wel instappen’, noemde trekker van dit programma Milan Bijl dit recent. Jammer is dat we inmiddels merken dat een aantal van de achterblijvers ook die taxi niet weten te vinden. Daar gaan we nu achteraan, het geld en de expertise om hen op weg te helpen is er immers.”

‘Tien procent van alle inkopen
in de MRA zijn nu circulair’


Grondstoffenstromen
Wat betreft grondstoffenstromen, het tweede speerpunt, zijn in 2023 met name op het gebied van Circulair Textiel mooie resultaten bereikt, onder meer via een diner met bestuurders en vertegenwoordigers uit de sector. “Dit informele gebeuren bracht bedrijven en overheden dichter bij elkaar. Jammer is wel dat we niet de doorbraak hebben bereikt waar we op gehoopt hadden, maar we zijn goed op weg.” Niet ongenoemd mag volgens hem de lobby-agenda blijven. “Daarop wordt steeds meer kracht gemobiliseerd, zeker ook dankzij ons nieuw kantoor in Brussel.” Verder noemt hij de pilots die in 2023 zijn gestart op bedrijventerreinen om elkaars grondstoffenstromen te gebruiken. “Het is nu nog klein, maar ik hoop dat hiermee het vliegwiel op gang komt. Het is belangrijk dat er op bedrijventerreinen niet alleen aandacht is voor de energietransitie, maar ook voor de circulaire economie.”

Edwin Oskam: “De circulaire- en energietransitie zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden”

Kanttekening is dat de MRA op dit gebied misschien te veel tegelijk wil bereiken. “Wellicht is meer focus nodig”, geeft Oskam aan. “Er zijn nu namelijk wel heel veel speerpunten, variërend van textiel en biogrondstoffen tot plastic en luiers. Textiel is in ieder geval een onderwerp waar we dit jaar volop de schouders onder gaan zetten, te meer daar de MRA allerlei grote spelers op dit gebied telt. Samen met hen kunnen we het verschil maken. Dit kan wel betekenen dat we op andere terreinen wat gas terug moeten nemen. Neem luiers, dat is een onderwerp dat de markt inmiddels zelf meer en meer oppakt. Niet in de laatste plaats omdat de MRA heeft bijgedragen aan een recycle-installatie voor luiers die er aan zit te komen.” Een relatief nieuw onderwerp dit jaar is het project ‘Voedsel Verbindt’. “De MRA heeft hier de afgelopen jaren weinig energie ingestoken. Dat gaat, mede dankzij Europese financiering, nu veranderen.”

Gebiedsontwikkeling
Wat betreft duurzame gebiedsontwikkeling is een aantal zaken in gang gezet. “Om daar daadwerkelijk werk van te maken, zijn voor gemeenten diverse hulpmiddelen ontwikkeld. Dit is overigens een onderwerp dat binnen de MRA nog vrij nieuw is en het wiel nog deels voor moet worden uitgevonden, met name door het opschalen van de eerste succesvolle ervaringen. Daar gaan we dit jaar werk van maken.”

Gescheiden werelden verbinden
Persoonlijk kijkt Oskam, ook omdat hij er zelf direct bij betrokken is, uit naar het verbinden van de circulaire- en de energietransitie. “De ene transitie zit namelijk onlosmakelijk verbonden aan de andere. Ze hebben elkaar nodig, terwijl het momenteel vrijwel volstrekt gescheiden werelden zijn. Daarbij komt overigens ook de in mijn ogen uitdagende vraag om de hoek kijken of je groei wel kan samengaan met het succesvol uitvoeren van deze transities. Het zou goed zijn als er binnen de MRA meer aandacht komt voor de relatie tussen economische groei en de in mijn ogen te trage voortgang van de duurzame ambities.”

Inmiddels is een eerste rapportage gereed over de relatie tussen de circulaire en energietransitie. “De afgelopen maanden hebben we hier met een groep van dertig, veertig ambtenaren vanuit de hele regio aan gewerkt. Ik heb zelden workshops meegemaakt waar mensen wel drie uur lang zo enthousiast met een onderwerp bezig zijn geweest. De rapportage laat zien hoe belangrijk het is om de transities aan elkaar te verbinden. Ik zie er echt naar uit dat we dit nu concreet gaan maken.” De onderwerpen liggen volgens hem in ieder geval voor het oprapen. “Denk aan biobased isoleren. Of neem circulaire zonnepanelen. Het is immers jammer dat nu vooral gewerkt wordt met vrij zware panelen van Chinees fabricaat met allerlei schaarse materialen die gemaakt worden onder erbarmelijke werkomstandigheden.”

‘Goede afspraken geven geen garantie
dat de uitvoering op rolletjes loopt’

Leuk en lastig
Zelf ervaart hij het werken aan een duurzame Metropoolregio Amsterdam zowel leuk als lastig. “Leuk omdat het om inspirerende problematiek gaat en je veel bevlogen mensen tegenkomt, lastig omdat je qua mogelijkheden als MRA beperkt bent. Ook zijn we voor veel zaken afhankelijk van wat het Rijk doet. Plus dat je in  de praktijk merkt dat goede afspraken geen garantie geeft dat de uitvoering op rolletjes loopt. Zo niet, dan beschikken we over weinig middelen om wel de vaart erin te krijgen. Maar het positieve overheerst, dit wek geeft mij veel bevrediging.”