De industriële restwarmte die bedrijven nu in de lucht of in het water lozen, kan gebruikt worden om gebouwen, woningen of kassen in de Metropoolregio Amsterdam te verwarmen. Deze verspilde warmte kunnen we benutten door een regionaal warmtenet te ontwikkelen.

Binnen de Metropoolregio Amsterdam hebben diverse gemeenten al ervaring opgedaan met warmtenetten, zoals in Purmerend, Almere, Lelystad, Amsterdam en Haarlemmermeer. Een warmtenet is een ondergronds buizenstelsel met warm water waarmee gebouwen verwarmd worden. Warmtenetten bieden een alternatief voor de levering van warmte op basis van aardgas.

Gezamenlijk programma

Binnen het Warmte & Koude programma werken 37 partijen (overheid en marktpartijen) in de Metropoolregio Amsterdam samen aan het verduurzamen en aardasvrij verwarmen van woningen en andere gebouwen met warmtenetten. Deze samenwerking startte in 2015 en loopt in ieder geval tot 2021.
Het Warmte & Koude programma van de MRA is opgezet om de optimale inzet van warmte in de MRA te bevorderen. Dat krijgt onder andere vorm via:

  1. Gezamenlijke lobby: vertegenwoordiging van de belangen van de samenwerkingspartners en lobby naar het Rijk.
  2. Benutting warmtebronnen: gesprek faciliteren over hoe de beschikbare warmtebronnen (zoals datacenters) maximaal benut kunnen worden.
  3. Het stimuleren van onderzoek naar nieuwe bronnen zoals geothermie en het stimuleren van toepassen van nieuwe inzichten.
  4. Bovenlokale afstemming over de infrastructuur die hiervoor op MRA-schaal noodzakelijk is. Het stimuleren van onderzoek naar geothermie, het stimuleren van toepassen van nieuwe inzichten, het toepasbaar maken van gebruik van restwarmte uit datacenters en afstemming over het aan elkaar koppelen van (boven)lokale warmtenetten.

Handelingsperspectief verschilt per regio

In september 2018 is het Grand Design 2.0 van het Warmte & Koude programma gepresenteerd. Dit bevat onder andere een MRA- kansenkaart die duidelijk maakt dat het handelingsperspectief voor de partijen in de regio per type gebied verschilt. Verschillende uitgangsposities vragen om een gedifferentieerde aanpak.
In gebieden waar warmtebron en afname beschikbaar zijn, kunnen warmtenetten lokaal ontwikkeld worden.
In gebieden waar nog geen bron evident is, moeten lokale warmtebronnen en de koppeling met naastgelegen warmtenetprojecten gezocht worden. In gebieden waar warmtenetten geen optimale oplossing zijn, moeten alternatieve warmtetechnieken gestimuleerd worden.

Meer informatie
Op de website warmte is cool staat meer informatie over warmte- en koudenetten.