De industrie in Nederland staat voor een stevige afspraak in het Klimaatakkoord: in 2030 14,3 miljoen minder CO2-uitstoot. Het Noordzeekanaalgebied, één van de industrieclusters in Nederland, heeft haar plan hiertoe gereed.

Als één van de zes industrieclusters in Nederland heeft ook het Noordzeekanaalgebied een Regioplan gemaakt. Hierin staat hoe de bedrijven in het Noordzeekanaalgebied de ambitie uit het Klimaatakkoord gaan waarmaken, mits de overheid de benodigde energie-infrastructuur op tijd heeft aangelegd. De ambities zijn groot, zo blijkt uit het Regioplan Noordzeekanaalgebied.

De voorzitter van het industriecluster NZKG, gedeputeerde Edward Stigter overhandigde, namens het NZKG, het regioplan online aan minister Wiebes van EZK. “Liever hier groen dan elders grijs”, zegt Wiebes over de duurzame toekomst van de industrie in Nederland. Luister hier zijn hele reactie op de plannen terug.

Regioplan-Noordzeekanaalgebied >>

Koplopersprogramma’s
In het Industriehoofdstuk van het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor de regionale Koplopersprogramma’s. De reductie die de industrie moet realiseren is zo groot dat het niet lukt om dat alleen te doen binnen de afzonderlijke bedrijven. Door samenwerking over de bedrijfs- en sectorgrenzen heen kan meer worden bereikt dan wat bedrijven alleen kunnen doen. Dat kan het beste op het niveau van de regio’s. In Nederland zijn vijf grote industriële clusters: Rotterdam/Rijnmond, Noordzeekanaalgebied, Chemelot, Zeeland en Noord-Nederland. Buiten deze vijf clusters is er verspreid door het land nog een groot aantal CO2-heffingsplichtige bedrijven, zoals de verschillende papierfabrieken door het land. Gemakshalve wordt deze groep niet-regio gebonden industrie aangeduid als het zesde cluster.

Zes clusters
De zes clusters hebben nu in programma’s in kaart gebracht wat hun plannen zijn om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Naast het gezamenlijke commitment van bedrijven geven de plannen ook weer wat zij van de overheid en andere partijen nodig hebben. Dat zijn bijvoorbeeld infrastructurele voorzieningen (leidingnetten) en regelgeving.

Op dit moment overleggen de clusters al met de beheerders van energie-infrastructuur over de voor deze plannen benodigde netwerken (voor elektriciteit, gas, CO2, waterstof, warmte). Dit moet leiden tot Cluster Energie Strategiën (CES-sen), op basis waarvan de netbeheerders de noodzakelijke investeringen kunnen doen.

Deze zes Koplopersprogramma’s zijn: