De circulaire economie simpeler, makkelijker en aantrekkelijker maken. Dat is voor Robbert Berkhout, trekker van het MRA-programma Circulaire Economie, een belangrijke drijfveer. De Haarlemse wethouder kent het klappen van de zweep, want ook in de voorgaande bestuursperiode vervulde hij deze rol. De komende jaren zet hij, gestimuleerd door de voortgang die is geboekt, dit werk enthousiast voort. “Je merkt aan alles dat het onderwerp binnen de MRA-gelederen volop in de belangstelling staat.”

Duurzaamheid leeft meer en meer binnen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), bleek enkele maanden geleden uit de rapportage ‘State of Sustainability’. Zo daalt de uitstoot van CO2 de laatste jaren gestaag en is er in de MRA zelfs sprake van een ontkoppeling van economische groei en CO2-uitstoot. Op andere gebieden wordt eveneens voortgang geboekt. “Maar we zijn er nog lang niet”, waarschuwt Robbert Berkhout. De voor de nieuwe bestuursperiode ingezette koers biedt in zijn ogen voldoende kansen om meer meters te maken. Maar dan dient er ook meer aandacht te komen voor het beter vertellen van de boodschap. “Het begrip ‘circulaire economie’ doet nog steeds bij veel mensen de wenkbrauwen fronsen. Misschien heeft men er al wel van gehoord, maar weet men niet wat daar nu allemaal onder valt.  Ik vind het een uitdaging om hier de komende jaren handen en voeten aan te geven. Het moet simpeler, makkelijker en aantrekkelijker.” Een mooi voorbeeld vindt hij een aantal filmpjes die door de MRA zijn gemaakt. “We zijn hiervoor bij bedrijven langsgegaan die al circulair werken. Ook op de Floriade is gefilmd. Daar kreeg ik zelf ook energie van. In de praktijk gebeurt al van alles op dit vlak.”

Robbert Berkhout: “Het moet simpeler, makkelijker, aantrekkelijker”

Breed oppakken
Als voorbeeld noemt Berkhout een pand op het Floriadeterrein. “Overal is over nagedacht. Materialen, muren, vloerbedekking, noem maar op, alles is van hergebruikt materiaal gemaakt. Heel mooi om te zien. Het geeft je een andere blik op de wereld en zet je aan het denken.” Dergelijke praktijkervaringen leveren bovendien handvatten op om in MRA-verband door te pakken. “Duurzaamheid komt terug in alle facetten van wonen en werken. We weten wat ons te doen staat, maar we moeten echt aan de bak. Ik vind dat we er in deze bestuursperiode voor moeten zorgen dat iedereen binnen de MRA dit onderwerp echt gaat oppakken. We hoeven elkaar niet meer te overtuigen van het belang hiervan, we moeten het echt gaan doen. Maak duurzaamheid ook onderdeel van de gehele organisatie. Het gaat niet landen als het alleen bij de persoon terecht komt die specifiek gaat over dit onderwerp.”

Spannende stap
In dit licht vindt Berkhout het verstandig dat afscheid is genomen van het Portefeuillehouder Overleg Duurzaamheid. “Het is een stap naar volwassenheid. Met zo’n apart overleg loop je toch altijd het risico dat het alleen daar blijft hangen. Terwijl duurzaamheid overal in terugkomt. We moeten het met z’n allen doen. Deze stap vooruit gaat ons helpen om meters te maken. Het onderwerp hoort immers ook thuis op de tafel van economie en ruimtelijke ordening. Dit is precies wat wij tijdens onze ronde langs de bedrijven telkens weer hoorden. Het gaat om innovatie, het gaat om creativiteit en het gaat uiteindelijk ook om geld verdienen.”

Dat neemt niet weg dat hij het tegelijkertijd een spannende stap vindt. “Deze verbreding biedt beslist kansen, maar we moeten het wel gaan doen.” Met het oog hierop is een transitieteam ingesteld. “Dit team gaat de overgang begeleiden. Wat mij betreft moet dit voor een korte periode zijn. Als het goed gaat, gaat het goed. Het is de bedoeling om in een nieuwe MRA-agenda alle duurzaamheidsonderwerpen stevig te verankeren.”

Het is in zijn ogen vooral belangrijk dat het niet bij woorden blijft. “We moeten meters maken.” In de praktijk blijkt dat het op dit punt nog regelmatig stokt. Neem de afspraak over het realiseren van 10% circulaire inkoop in eigen huis. Nog lang niet alle MRA-gemeenten maken hier werk van.” Toch wil Berkhout niet tornen aan de ambities. “We hebben afgesproken het stapsgewijs te doen, namelijk 10 procent circulair inkopen in 2022, 50 in 2025 en rond de 100 procent in 2030. De eerste mijlpaal is er dit jaar dus al. Ik vind dit een belangrijk moment om te weten waar we staan.” Het antwoord wordt binnenkort gegeven in een tussenrapportage. “Hieruit zal blijken wat ons nog te doen staat. Een aantal gemeenten gaat heel goed, maar andere liggen behoorlijk achter. Ik wil weten waar dat aan ligt om vervolgens met hen het gesprek aan te gaan.”

Robbert Berkhout (midden) tijdens een bezoek aan een circulair bedrijf

Duurzaamheidsbegroting
Naast MRA-bestuurder is Berkhout trekker van de Haarlemse acties op het gebied van duurzaamheid. Het mag geen verbazing wekken dat zijn gemeente binnen de MRA een koploper is. “Meer dan dat zelfs”, haast Berkhout zich te zeggen. “Haarlem is één van de drie meest innovatieve steden van Europa van het jaar. Op 7 december horen we in Brussel of we misschien wel op de eerste plaats zijn geëindigd, maar we staan in ieder geval in de top drie.”

Met welk initiatief kunnen zijn mede-gemeenten binnen de MRA wellicht hun voordeel doen? “Het eerste waar ik aan denk is onze duurzaamheidsbegroting. Met dit instrument laten we zien hoe we er als gehele gemeente voorstaan met betrekking tot het realiseren van onze doelstellingen. Daarmee zijn wij de eerste in Nederland.” Ook het Haarlemse energiebesparingsfonds nodigt volgens hem uit tot kopiëren. “Het bijzondere hiervan is dat de maatregelen op dit gebied, denk aan het kiezen voor led-verlichting in de openbare ruimte, geld oplevert in de vorm van een lagere elektriciteitsnota. Deze opbrengsten zetten we in een potje apart om weer andere energiebesparende maatregelen mee te kunnen financieren.”

Heel recent heeft Haarlem, eveneens als eerste Nederlandse gemeente, een leerprogramma duurzaamheid vastgesteld voor de eigen organisatiemedewerkers. “Het is een bijspijkercursus voor alle gemeenteambtenaren op de verschillende takken van sport als het gaat om duurzaamheid. Daar ben ik heel erg trots op.”

Mede-trekker
In de afgelopen bestuursperiode vormde Berkhout als trekker van MRA Duurzaam een duo met zijn voormalige collega Jan Hoek uit Almere. Momenteel opereert hij nog alleen, ook omdat Hoek niet is teruggekeerd in het nieuwe college. Als het aan Berkhout ligt, komt er voor de nieuwe periode ook weer een duo-bestuurder. “Er ligt gezien de grote uitdaging beslist werk voor twee. Het lijkt mij mooi als er een trekker komt uit het Platform Economie. Te meer daar er een flinke uitdaging ligt op het gebied van zowel houtbouw als gebiedsontwikkeling. In de breedte hoop ik dat we elkaar binnen de MRA echt volop zullen inspireren. Dan ontstaat pas het klimaat om de circulaire economie de komende jaren stapsgewijs over de MRA uit te rollen.” Hij hoopt met name voortgang te boeken op het gebied van drie speerpunten. “Circulair inkopen is, gezien al ons industriële potentieel en onze woningbouwopgave een heel belangrijk uitgangspunt voor de MRA. Ook op het gebied van het hergebruik van  grondstoffen liggen er allerlei kansen gezien de enorme bedrijvigheid in onze regio. Tot slot is er een wereld te winnen met het circulair inrichten van oude en nieuwe bedrijventerreinen en woningbouwlocaties.”