Vuistregel in de circulaire economie: de reststroom van de één, is een grondstof voor de ander. Port of Amsterdam ziet dit als een belangrijke kans. De ontwikkeling tot circulaire hotspot, waar afvalstromen uit de stad en regio hoogwaardig verwerkt worden, begint al aardig vorm te krijgen.

Juist in havengebieden komen verschillende materiaal- en reststromen samen én zijn tal van bedrijven gevestigd die er nieuwe waarde aan kunnen geven.  Port of Amsterdam is hierop geen uitzondering en wil zich ontwikkelen tot een circulair ecosysteem, waar bedrijven de reststromen uit de Amsterdamse metropoolregio en die van elkaar benutten. Tot een gebied ook waar circulaire innovaties kunnen opbloeien tot industriële schaal en waar brandstoffen van de toekomst geproduceerd worden.

Haven- én industriegebied
Ambitieus? Ja. Maar verre van onhaalbaar, stelt Roon van Maanen, hoofd Circular & Renewable Industry bij Port of Amsterdam, op duurzaambedrijfsleven.nl. Het huishoudelijk afval vanuit de stad wordt bijvoorbeeld voor een groot deel in het havengebied verwerkt. Maar ook plastics en sloop- en bouwmateriaal vinden hun weg naar Port of Amsterdam. “Dat zijn gigantische logistieke stromen van grondstoffen, die hier samenkomen”, aldus Van Maanen. “Als je die op een circulaire manier kan verwerken, maak je echt impact.”

Van Maanen ziet het havengebied als dé plek waar die verwerking van rest- en afvalstromen plaats kan vinden. Port of Amsterdam is naast een haven namelijk ook een groot industriegebied. Met andere woorden: allerlei partijen die afval-, rest- en grondstoffenstromen hoogwaardig verwerken, kunnen zich hier vestigen. En dat is precies waar Port of Amsterdam op inzet.

Matchmaking

Port of Amsterdam stelde zich het doel om 25 hectare grond te reserveren voor partijen die concreet bijdragen aan de transitie richting een circulaire of biobased economie. Belangrijke voorwaarde: ze moeten ook toegevoegde waarde hebben voor bedrijven die al in het havengebied gevestigd zijn. “We gaan dus actief op zoek naar partijen die een bepaalde reststroom in de haven hoogwaardig kunnen verwerken of juist een reststroom creëren waar andere partijen iets mee kunnen”, licht Van Maanen toe. Dit schiet al aardig op: de helft van de beschikbaar gestelde grond is inmiddels gevuld. Zo vestigden innovatieve partijen als Plastic Recycling Amsterdam, ChainCraft en Integrated Green Energy Solutions (IGES) zich al in het havengebied. Ook zijn een houtvergassingsinstallatie (Bio Energy Netherlands) en een bio-energiecentrale (Biomass Powerplant Amsterdam) in aanbouw.

De rol van Port of Amsterdam gaat echter verder dan nieuwe bedrijven aantrekken; bestaande en nieuwe klanten moeten vervolgens ook aan elkaar gekoppeld worden. Van Maanen: “Wij weten als havenbedrijf precies welke reststromen er vrijkomen (en waar) én voor welke bedrijven die interessant kunnen zijn. We kunnen dus een belangrijke rol als matchmaker vervullen.”

Reststromen benutten

Deze aanpak werpt nu al zijn vruchten af. PARO, verwerker van bouw- en sloopmateriaal en industrieel afval, heeft bijvoorbeeld een reststroom van plastic die niet meer gerecycled kan worden. Dat kan naar IGES, die er (door middel van pyrolyse) transportbrandstof van maakt.

Partijen die al langer in het havengebied zitten, dragen inmiddels ook actief bij aan het versnellen van de circulaire economie. Het Afval Energie Bedrijf Amsterdam (AEB Amsterdam) nam een aantal jaar geleden bijvoorbeeld een nascheidingsinstallatie in gebruik. Hiermee wordt afval gescheiden in allerlei interessante reststromen, zoals hout, plastic en papier. Port of Amsterdam gaat vervolgens op zoek naar partijen in het gebied die er nieuwe waarde aan kunnen geven. “Zo sluit je ketens op lokale schaal”, aldus Van Maanen. “Dat hopen we in de aankomende jaren steeds meer te doen.”

Opschalen
Maar het creëren van een circulaire economie is niet gemakkelijk. Een belangrijk probleem dat Port of Amsterdam herkent, is opschaling. Veelbelovende innovaties komen te vaak niet verder dan de startup-fase. Ook hier ziet het havenbedrijf een rol voor zichzelf weggelegd. Het havenbedrijf haalt actief start-ups binnen, die in de haven de kans krijgen om op te schalen. In Prodock, de innovatiehub van de Amsterdamse haven, krijgen start-ups bijvoorbeeld de gelegenheid om hun idee verder uit te werken. Als het idee rijp is voor de volgende fase, zoals een demo-fabriek, worden bedrijven daar actief in begeleid, bijvoorbeeld op het gebied van financiering en vergunningen. Op deze manier hoopt Port of Amsterdam circulaire innovaties in elke opschalingsfase te begeleiden, om ze uiteindelijk tot industriële schaal te brengen.

Ook op dit gebied zijn de eerste wapenfeiten zichtbaar. Zo opent start-up Photanol, die CO2 omzet in grondstoffen voor bioplastics, een pilotopstelling in Prodock. Ondertussen bouwt biotechbedrijf Chaincraft, dat biomassa omzet in vetzuren voor diervoeding, een demo-fabriek in de Amsterdamse haven.

Lees verder op duurzaambedrijfsleven.nl >>