De Almeerse Floriade presenteerde flink wat noviteiten op duurzaamheidsgebied, waaronder vier circulaire burggen. “De bruggen zijn alle vier van hergebruikt materiaal gemaakt”, vertelt Tjibbe Winkler, de programmamanager van dit initiatief. Alle MRA-gemeenten kunnen volgens hem hun voordeel doen met de opgedane ervaring. “Niets staat een metropoolbrede uitrol in de weg.”

De Floriade is voorbij. Dit geldt niet voor de veelheid aan innovatieve ideeën die zijn gepresenteerd. Naast allerlei energiezuinige ontwerpen geldt dit zeker voor de vier circulaire bruggen op het terrein. Wat maakt deze bruggen zo uniek? Daarover raakt Tjibbe Winker, namens de provincie Flevoland en de gemeente Almere, niet snel uitgepraat. “De vier circulaire bruggen verschillen als dag en nacht van elkaar. Ook de materiaalsamenstelling loopt flink uiteen. “Dat varieert van het hergebruik van betonpuin tot hout, biomassa en metaal. We hebben er zelfs eentje gemaakt van een oude brug. Deze is eerst uit elkaar gehaald. Vervolgens heeft Dura Vermeer ‘m met toevoeging van andere hergebruikte materialen, weer in elkaar gezet.”

Tjibbe Winkler: “We werken aan het ontwikkelen van een dataplatform”

Karakteristieken
Paradepaardjes zijn de cementloze betonbruggen van de Reimert Groep uit Almere, ontworpen door de Almeerse architect René van Zuuk. Innovatief is de toepassing van cementloos beton in enkele bruggen. “In een fiets-voetbrug hebben we beton verwerkt van stedelijke reststromen. Het puin is bij een bedrijf in Almere verpulverd tot twee soorten grind en zand. Dit materiaal kan vervolgens weer hoogwaardig worden toegepast. Vergeleken met regulier beton is een CO2-reductie van 65% bereikt. Onderzoek toont bovendien aan dat cementloos beton vergelijkbaar of zelfs beter presteert dan regulier beton.” Bij een verkeersbrug van maar liefst 80 meter lang, geschikt voor de zwaarste verkeersklasse, is cementloos beton zelfs toegepast in de constructieve delen. “Dit is nog nooit eerder in Europa gerealiseerd. Tijdens de Floriade was de brug rijk voorzien van plantenbakken. “Dit groen nam CO2 en fijnstof op.”

Zeer innovatief is ook een complete biobased brug. “Deze is samen met de TU Eindhoven en Fibercore Europe ontwikkeld. De brug bestaat vrijwel geheel uit vlasvezel en heeft zich ontpopt tot één van de hoogtepunten van de Floriade.”

Geleerde lessen
Het belangrijkste is wellicht dat de op de Floriade gepresenteerde bruggen allemaal de potentie hebben om in de nabije toekomst als blauwdruk te dienen voor nieuwe initiatieven op dit vlak. “We willen de opgedane ervaring nu verder uitrollen”, benadrukt Winkler. “Sommige aspecten verdienen dan wel eerst specifieke aandacht. “Hoe zorg je bijvoorbeeld dat het veilig is? En wat betekent deze bouwwijze voor de vergunningverlening en handhaving? Zo staat cementloos beton nog niet op het netvlies van een vergunningverlener of toezichthouder.”

Een ander punt van aandacht vormt het feit dat bij de bouw van circulaire bruggen vaak meerdere partijen een rol spelen. “Hoe ga je daar mee om? Zo was bij het bouwen vande bruggen een andere partij een weg aan het aanleggen. Dat moet dan natuurlijk wel op elkaar aansluiten. Een brug die lager of hoger uitkomt dan de weg is immers een lastige zaak. Daarom moeten de afspraken kloppen die je met elkaar maakt.” Daartoe is een zeer innovatieve Gemeenschappelijke Data Omgeving (GDO) ontwikkeld. “Dit is een gedigitaliseerd samenwerkingsplatform waarmee faalkosten in de bouw – in heel Nederland zo’n € 16 miljard per jaar – kunnen worden gereduceerd.”

Een derde aspect dat speelt zijn de competenties van alle betrokkenen. “Markt, overheid en opdrachtgever dienen onderling alles goed op elkaar af te stemmen en dat betekent op een andere manier leren samenwerken. Juist daar ontbreekt het nu enorm aan. Bedrijven die op dit terrein actief zijn hebben stuk voor stuk behoefte aan een betere samenwerking.”

Bruggencampus
In de aanloop naar de Floriade begonnen Winkler en zijn team met niets. “We moesten echt het wiel uitvinden.” Bijzonder was dat hij al vrij snel werd benaderd door partijen die een brug in de aanbieding hadden. “Daarom besloten we tot het opzetten van een organisatievorm om het project aan te sturen, met als nevendoel alle opgedane kennis vast te leggen. Dit heeft geleid tot het opzetten van de Bruggencampus.” Een schot in de roos volgens hem. “Van die kennisbundeling hebben we veel profijt gehad. Bovendien gaan we, nu de Floriade voorbij is, ervoor zorgen dat al die kennis voor iedereen beschikbaar komt.”

‘In de MRA kan men morgen beginnen
met de bouw van circulaire bruggen’

Het was wel nog wel even dubben hoe hier handen en voeten aan te geven. “Hiervoor is nu een concrete aanpak voor ontwikkeld.” Bijzonder is dat meteen voor een landelijke kennisbank is gekozen. “Toch eigenlijk logisch”, nuanceert Winkler. “In heel het land worden immers met enige regelmaat bruggenen viaducten gerenoveerd. In de komende decennia maar liefst zo’n 85.000. Wij hebben de kennis, ondersteund met concrete voorbeelden, hoe je dat kunt doen. We werken nu aan het opzetten van een online kennis- en uitwisselingsplatform. Beheerders van bruggen die op renovatie wachten kunnen hierin een goede typologie vastleggen. We stoppen hier niet alleen data van reststromen in, maar ook van het ontwerp, de locatie en andere eigenschappen van de bruggen. Daarna vindt er een match plaats met de bruggen en circulaire grondstoffen in ons systeem. De zaken die matchen kun je vervolgens veel makkelijker van de grond krijgen.”

Aandachtspunten
Winkler ziet enkele aandachtpunten voor gemeenten die werk willen maken van de aanleg van circulaire bruggen.Ga bij het vervangen van een brug in de eerste plaats eens goed kijken naar het materiaal dat je al in huis hebt om her te gebruiken. Plus, daaraan gekoppeld, waar de te vervangen brug uit bestaat en of renovatie niet volstaat. Geef vervolgens de opdracht om een brug te ontwikkelen op basis van de materialen die beschikbaar zijn, bijvoorbeeld in een buurgemeente. Dat is een compleet andere benadering dan gebruikelijk is. Veelal is men namelijk gewend dat een architect een ontwerp maakt en dat je vervolgens uit alle hoeken van de wereld op zoek moet gaan naar materiaal hiervoor.”

Naar de overtuiging van Winkler kunnen gemeenten morgen beginnen met de bouw van circulaire bruggen. “Zeker in de MRA. Zowel Almere als Amsterdam beschikken namelijk over een locatie om betonpuin te verwerken tot nieuwe grondstoffen. Ook het metaal in beton kun je weer toepassen in het ontwerp van een nieuwe brug.” Van belang in dit verband is altijd het prijskaartje. “Op een aantal vlakken is het nu iets duurder, vooral omdat er nog weinig ervaring is opgedaan met het uit elkaar halen van bestaande materialen. Zodra dit wel het geval is, verwacht ik dat een circulaire brug al snel goedkoper in aanleg kan worden dan een regulier exemplaar. Een ander punt is dat je de direct betrokkenen – ambtenaren, bestuurders, architecten en aannemers – moet motiveren iets innovatiefs te willen doen. Gezien de maatschappelijke urgenties, ook op het gebied van grondstoffen, is dat essentieel. Zorg er tegelijkertijd voor dat iedere gemeente één grote en vooral inzichtelijke voorraadkast van materiaal is. Doe dat niet individueel, maar met elkaar. Samenwerken, dat is de essentie.”

Ga voor meer informatie, ook in de vorm van filmpjes, naar bruggencampus.nl